Stationsarchitectuur in België - Deel 1 (1835-1914)

Catalogusnummer: 
B0112

Klassificatie:

Bibliotheek Opslag:

Stationsarchitectuur in België
Hugo De Bot
Op 5 mei1835 reed in België de eerste trein tussen Brussel en Mechelen. Het nieuwe koninkrijk België had de eerste spoorwegverbinding op het Europese vasteland. Acht jaar later had de Staat 660 km spoorweg aangelegd en waren de doelstellingen van de wet van 1 mei 1834 gerealiseerd. Nadien liet de Staat de aanleg en exploitatie over aan particuliere maatschappijen. Vanaf omstreeks 1870 werden er geen nieuwe concessies meer toegestaan en werden de bestaande geleidelijk teruggekocht. De Staat verleende alleen nog concessies voor de aanleg van nieuwe lijnen. Dit is in een notendop de geschiedenis van de Belgische spoorwegen voor de Eerste Wereldoorlog. Aan diverse aspecten van deze geschiedenis werden allerhande publicaties gewijd. Het materieel van de Staat en particuliere maatschappijen werd door enthousiaste spoorwegamateurs geïnventariseerd en uitvoerig beschreven. Historici beschreven uitgebreid de turbulente periode van de particuliere maatschappijen. Locale onderzoekers vlooiden de archieven uit en leverden een levendig beeld af van het spoorweggebeuren in hun regio. Ook de sein inrichting kreeg de nodige belangstelling. Voor dit werk hebben we uiteraard gretig gebruik gemaakt van al deze publicaties. Spoorwegbouwwerken zoals stations, locomotiefloodsen, goederenloodsen, spoorhallen, watertorens, seinhuizen, wachterwoningen en bruggen kwamen nauwelijks aan bod. Toch vormen zij een belangrijk aspect in de toen vigerende architectuur.
DEEL I
1835-I9I4
In deze publicatie beperkt de auteur zich tot de studie van de stationsgebouwen, of beter gezegd de ontvangstgebouwen. Hiermee werd een eerste stap gezet in de inventarisatie van het Belgische spoor wegpatrimonium.
De voornaamste bron voor deze inventarisatie vormen de prentbriefkaarten. Toeval of niet, maar de bloeiperiode van de spoorwegen viel gelukkig samen met de opkomst van dit iconografisch genre. Nagenoeg iedere straat in ieder dorp werd in het begin van de eeuw op de gevoelige plaat vastgelegd. Door voortdurend vergelijken van dit beeldmateriaal stelde de auteur een typologie op van de stations van de Staatsspoorwegen en de particuliere maatschappijen. Aan de hand van dit iconografisch materiaal beschrijft hij bovendien de evolutie van de architectuur van de 19de eeuw en van de eerste jaren van de 20ste eeuw.
In dit boek worden de Belgische stations uitvoerig beschreven en geïllustreerd weergegeven. Het resultaat werd samengebracht op 200 bladzijden met 800 afbeeldingen. Zij geven een overzicht van de stationsarchitectuur tot de Eerste Wereldoorlog.